Vitaminen, mineralen, aminozuren, spore-elementen en celzouten

vit1Vitaminen betekent leven (Vita) via een stikstof houdende chemische verbinding (amine). Vitaminen zijn organische substanties die noodzakelijk zijn om het leven in stand te houden. Ze zijn essentieel voor ons lichaam en kunnen bijna allemaal door het lichaam worden gemaakt. Vitaminen kunnen geen voedsel vervangen, ze kunnen zelfs niet door het lichaam worden opgenomen zonder voedselinname. Ze maken geen deel uit van onze lichaamsstructuur en zijn geen vervangingsmiddel voor mineralen, vetten of eiwitten. Vitaminen zijn onderdeel of bestandsdeel van enzymsystemen. Een enzym is een groot eiwitmolecuul, een chemische substantie met een specifieke taak in ons lichaam, meer voor de lichaamscellen. Daarom kan een tekort van één vitamine het gehele lichaam ontregelen. Je hebt eigenlijk niet zoveel vitaminen nodig, maar wanneer er eentje ontbreekt dan kan dat de lichaamsfuncties in gevaar brengen. Biologisch-Dynamische voeding bevat nog alle vitaminen die nodig zijn, maar witte suiker, wit brood, roken, alcohol en industrieel bewerkte voeding KOST vitaminen. Het kan dus zijn dat mensen aanvullingen nodig hebben.

De voedingsstoffen die we nodig hebben zijn vitaminen, mineralen, koolhydraten, vetten, water en eiwitten. De vitaminen hebben meestal geen naam, ze worden onder letters aangeduid: Vitamine A, B, C, D, E, F, G, H, K, L, M, P, T, U. Er zijn in vet- en in water oplosbare vitaminen.

Mineralen zijn net als vitamines voor onze gezondheid erg belangrijk en bestaan uit metalen en niet metalen. Voor het lichaam zijn de belangrijkste mineralen: calcium – fosfor – ijzer – jodium – magnesium en zink. Voor ons lichaam zijn zo’n achttien mineralen nodig voor het leven. De andere belangrijke mineralen zijn: chloor – chroom – fluor – kalium – kobalt – mangaan – molybdeen – natrium – seleen – vanadium en zwavel. Ons lichaam kan geen mineralen maken en vitaminen kunnen niets zonder de mineralen.

Er zijn 143 mineralen en we hebben ze allemaal nodig, maar in hele kleine hoeveelheden. Enkele toch bekende zijn: aluminium, germanium, grafiet, goud, koper, zilver.

Ruim 4 % van ons totale lichaamsgewicht bestaat uit mineralen. Bij iemand van 80 kilogram is dat dus 3,2 kilogram! Om mineralen in ons lichaam op te nemen hebben we meerdere vitaminen en mineralen nodig om één specifiek mineraal af te breken en geschikt te maken voor ons lichaam

Aminozuren vinden we in eiwitten. De eiwitten hebben we niet zo nodig, maar wel de 22 aminozuren. De essentiële aminozuren zijn: phenylalanine, histidine (alleen voor kinderen), isoleucine, leucine, lysine, methionine, threonine, tryptofaan en valine. Het is even een opsomming maar dan heb je ze bij elkaar. De niet essentiële zijn: alanine, archinine, asparagine, cysteïne, cystine, glutamine, glutaminezuur, glycine, ornithine, proline, serine, tyrosine. We hebben alle aminozuren nodig in de juiste verhouding om eiwitten te vormen, die voor ons lichaam nodig zijn. Als onderdeel van enzymen samen met vitaminen en mineralen hebben ze taken van levensbelang. Enzymen zijn een soort katalysatoren die aan processen meedoen, zonder dat ze zelf vernietigd worden of veranderd in dat proces.

Sporenelementen zijn in kleine hoeveelheden in de voeding aanwezig en ons lichaam heeft er niet veel van nodig, maar de werking is even belangrijk als de werking van vitaminen en mineralen. In meerdere boeken worden ze verward met mineralen, maar het zijn die mineralen die in heel kleine hoeveelheden aanwezig zijn. Ze zijn heel belangrijk voor de vorming van beenderen en tanden en als “starters” voor enzymprocessen in ons lichaam. Vitaal voor elke cel en voor de meeste mineralen de belangrijkste functie. Ook regelen ze het evenwicht, de hoeveelheid en samenstelling van lichaamsvloeistoffen in en buiten de cellen.

Ieder element dat in de aarde voorkomt heeft een atoomnummer wat terug te vinden is in het periodiek systeem van De rus Mendeleyev. Hij klasseerde alle elementen naar opklimmend atoom gewicht. Ook groepeerde hij ze naar hun chemische hoedanigheid. Dus elementen met een overeenkomstige eigenschap plaatste hij onder elkaar. Zo ontstond een bord met vakken waarop alle elementen. In ons lichaam zie je ook voedingszuren of vetzuren die zelf bestaan uit meerdere micronutriënten.

Vetzuren worden ook in alle levende structuren gevonden en je ziet ze als brandstof, opslagplaats van energie, warmte isolator, schokdemper, onderdeel in de celmembraan of oplosmiddel voor vitaminen.

Harmonie in vitamine en mineralen wereld

Vitaminen en mineralen vormen onderling harmonische koppels. Zo vormen IJZER en KOPER een koppel. IJzer is hard, magnetisch. Ons bloed heeft ijzer nodig, het regelt de zuurstof opname en koolstof afgifte via de rode bloedcellen waarin het zit. IJzer hoort bij het 1e cakra met de rode kleur. Koper werkt op het 4e cakra, het hartcakra met zijn groene kleur. Koper is veel zachter, meer yin dus. Wanneer koper wordt blootgesteld aan lucht oxideert de buitenlaag langzaam naar groen. Zelf heeft het de kleur geel, wat soms een goudkleurig effect geeft. Een hart van goud dus. Koper zit vooral in het bindweefsel, het bloed, de lever, de nieren en de hersenen. Zo vormen goud en zilver ook een koppeltje. Hier nog enkele leuke koppels, wanneer je dat zo mag noemen: kwik en lood een akelig koppel. En wat te denken van arsenicum met vitamine E. en natuurlijk calcium magnesium en kalium natrium.

Celzouten zijn biochemische stoffen. Het zijn anorganische minerale bestanddelen van ons lichaam. Dr. Schüssler ontdekte dat er bij een tekort klachten ontstonden en wanneer je dat tekort kon opheffen, dan kan het lichaam zichzelf genezen. Virchov zegt dat een veranderde situatie rond de cel ziekte kan betekenen en de normale situatie gezondheid, net zoals de omgeving van een plant rond zijn wortels met water en voldoende voeding tot een gezonde plant leidt.Hij heeft het over de aanwezigheid van de celzouten in hun functie. Wanneer er tekorten zijn veranderd de functie en aan de symptomen herken je welk celzout tekort aanwezig is.

Celzouten en functie

  • Calciumfluoride:           spataderen, steenpuisten,spier en pees spanningen, verlaat tanden krijgen. Erger tijdens vochtig weer en in rust.
  • Calciumphosphoricum:             koude handen, koude voeten, stijfheid, pijnlijke borsten, nachtzweten. Erger bij kou en beweging, ook bij verandering weer.
  • Calciumsulfaat: huiduitslag, grote abcessen. Erger na werken en of wassen in water, na lopen en hardlopen. Ook erger bij oververhitting en warmte.
  • FerrumPhosphoricum:menstruatiebloedingen, constipatie, diarree, neusbloedingen. Toename door beweging, opwinding en warmte. Afname door kou en langzaam bewegen. Heel goed bij oudere mensen.
  • Kalium Muriaticum:       ooglid aandoeningen, eczeem, wratten.Meer maagpijn na vet voedsel. Erger door beweging (reumatische pijn)
  • Kaliumsulphoricum:      huiduitslag, gele kleur achterkant tong, zwaar gevoel en pijn ledematen. Meer last in warme ruimte. Verlichting in koelte en buitenlucht
  • Kaliumphosphoricum:   vetvertering slecht, geheugen slecht, angstgevoelens, slapeloosheid, zwakke en snelle pols. Beter na rust, voeding en warmte. Erger door onrust, piekeren en geestelijke of fysieke inspanning. Toename door geluid, tijdens opstaan uit zit.
  • Magnesiumphosphoricum: krampen, zenuwpijnen, pijnscheuten en kolieken. Meer last rechter kant, door kou, koude lucht, tocht, koud wassen. Minder last door aanraken, warmte, hitte en druk,
  • Natrium Muriaticum: hevige trek in zout, hooikoorts, waterige uitscheidingen ogen en neus. ’s Morgens meer klachten, ook periodiek, aan zee en bij koud weer, klachten na urineren.
  • Natriumphosphoricum: geelzucht, slechte adem, zure smaak of koperachtige smaak in de mond. Meer last tijdens onweer, tijdens menstruatie, meer ’s avonds en last van tocht.
  • Natriumsulphoricum:ondertemperatuur, oedeem, depressies. Altijd erger in vochtig weer. Het best in droog warm weer. Erger door water in welke vorm dan ook. Willen vaak van positie wisselen.
  • Silicea: slecht geheugen, steenpuisten, uitvallend haar, geribbelde ingroeiende nagels. Erger ’s nachts en bij volle maan. Erger door kou, in de winter, ook voor een storm. Ook erger ‘s morgens Verlichting door warmte en zomers. Buikpijn, hoest en reumatische pijnen minder door warmte.

Gebruik beide lijstjes samen om tot middel te komen

Verschillende klachten met middel.(2)

  • Angsten: kal.ph.-
  • Beter door kou: ferr.-magn.ph.-nat.mur.-
  • Beter ’s morgens: nat.mur.-
  • Beter door warmte: magn.ph.-sil.-kal.su.-calc.su.-ferr.-
  • Bloedingen (menstr./neus): ferr.-
  • Depressies: nat.su.-
  • Erger ’s avonds: nat.ph.
  • Erger door beweging: cal.ph.-calc.su.-ferr.-kal.ch.-kal.ph
  • Erger door geluid: kal.ph.-
  • Erger door kou: calc.ph.-sil.-magn.ph.-ferr.-nat.mur.
  • Erger ’s morgens: sil.
  • Erger ’s nachts: sil.
  • Erger door vocht: calc.fl.-nat.ph.-nat.su.
  • Erger door het weer: sil.-nat.ph.-nat.su.-cal.ph.-
  • Erger door warmte: cal.su.-kal.su.-ferr.-kal.ph.-
  • Erger in water: nat.su.-calc.su.-
  • Erger in winter: sil.
  • Erger in rust: calc.fl.- kal.fo.
  • Geestelijke inspanning: kal.ph.-
  • Geheugen slecht: kal.ph.-sil.-
  • Hooikoorts: nat.mur.-
  • Huidklachten: kal.ch.-kal.su.-calc.su.-
  • Kolieken: magn.ph.-
  • Koorts: ferr.-
  • Koorts hoog: kal.ph.-
  • Koude handen en voeten: calc.ph.-
  • Krampen: magn.ph.-
  • Nachtzweten: calc.ph.-
  • Oudere leeftijd: ferr.-
  • Piekeren: kal.ph.-
  • Pijn, zwaar gevoel: kal.su.-kal.ch.-
  • Rechter lichaamshelft: magn.ph.
  • Slapeloosheid: kal.ph.-ca.ph.-ma.ph.-
  • Smaak zuur of koperachtig: nat.ph.-
  • Spataderen: calc.fl.-
  • Steenpuisten: calc. Fl.-calc. Su.-sil.
  • Verwonding: ferr.-
  • Vetvertering slecht: kal.ph.-kal.ch.-
  • Waterige uitscheiding: nat.mur.
  • Wratten: kal.ch.-
  • Zenuwpijnen: magn.ph.-