Ware toedracht bij euthanasie

Samenvatting (door Ton Westenbroek) van het artikel ‘Sterbeprozess und Schicksal’ in Der Europäer van oktober 2017

Inleiding
Op 16 november 2014 hield Dr. Zoltan Schermann tijdens een artsencongres in Dornach (Zwitserland) een voordracht, waarbij hij zijn eigen ervaring naar voren bracht bij de uitvoering van euthanasie in 2007. Hij was toen antroposofisch huisarts in Leeuwarden.

Allereerst gaf hij een beeld van hoe de zorg in Nederland is georganiseerd. Vervolgens beschreef hij de voorwaarden, de criteria en de procedure waaraan nauwgezet voldaan moet worden bij een euthanasieverzoek. Bij een dergelijk proces vervult de huisarts de centrale rol. Inmiddels zien veel mensen euthanasie als iets waar ze recht op hebben.

Als antroposofisch huisarts weigerde hij steeds in te gaan op dergelijke verzoeken. In plaats daarvan gaf hij uitvoerig aan, dat er veel effectieve middelen zijn om pijn en andere klachten te verlichten en dat er ook veel alternatieven voor euthanasie bestaan. Meestal lukte het hem dat die patiënten dan besloten tot andere zeer bevredigende behandelingen dan euthanasie. In de enkele gevallen waarin betrokkene vasthield aan de euthanasiewens, verwees hij, in overleg met de patiënt, naar een andere huisarts.

Uitzondering
In één situatie besloot hij toch af te wijken van zijn principe. Het betrof een vrouw die al heel wat jaren patiënt bij hem was met allerlei onduidelijke klachten, waarbij veel onderzoeken, ook door specialisten, geen uitsluitsel gaven. Lange tijd duurde het voor zij zich door een gynaecoloog liet onderzoeken. Communicatiestoornissen tussen die twee veroorzaakten veel tijdverlies. Maar ten slotte, twee jaar voor haar dood, werd bij haar schaamlipkanker geconstateerd. Na drie maanden op een wachtlijst te hebben gestaan, werd zij geopereerd. Verdere behandeling, zoals bestraling of chemotherapie, achtten de specialisten niet nodig, want de kanker was volgens hen geheel weggenomen. Vanuit antroposofische zienswijze stelde de huisarts een maretakbehandeling voor, maar dat wees zij af. De operatie had haar nogal verminkt, waardoor zij niet meer normaal kon urineren: de urine spoot overal heen. Urineren kon ze alleen nog maar in de badkuip. Drie maanden later begon de tumor van binnen weer te groeien en er ontstond een open wond die niet meer sloot. Ze bloedde veel en rook heel onaangenaam. Ook was er geen sprake meer van een normale stoelgang; alles kon alleen nog maar met erg veel pijn in de badkuip. Daarbij kwam nog een ernstige allergie, waardoor ze geen medicijnen meer verdroeg. Haar lijden was echt ondragelijk, waarbij geen enkele medische hulp meer mogelijk was.

Tweestrijd
Dr. Schermann voelde heel erg met haar mee en zat met haar euthanasieverzoek erg in zijn maag. Hij kon het niet over zijn hart verkrijgen haar naar een andere arts te verwijzen. En afwijzen vond hij haast onbestaanbaar, waarbij hij in zichzelf afvroeg: “Waarom niet voldoen aan de euthanasievraag? Omdat antroposofische artsen dat niet doen? Omdat zij dan niet op het juiste moment sterft? Omdat het ingrijpen zou kunnen zijn in haar karma? Maar wat weten we daar eigenlijk van? Is het wegschoppen van haar terechte en zo meevoelbare vraag? Of betekent dit je verstoppen achter rationeel denken? Is er sprake van angst of lafheid om te voldoen aan haar wens?” Er bleef voor hem geen alternatief meer over. Noodgedwongen, maar tegen zijn zin stemde hij ten slotte in.

Uitvoering van euthanasie
Normaliter strekt het etherlichaam op het moment van sterven zich enigszins uit over het lichaam, waarbij het de vorm behoudt van het lichaam. Ongeveer op navelhoogte stijgt het dan als een koord op en stroomt uit in hogere sferen, wat ongeveer drie dagen duurt. Dit verwachtte Dr. Schermann in dit geval ook.

Op het met haar en haar man afgesproken tijdstip diende hij de twee voorgeschreven injecties toe en wachtte het moment van sterven af. Tot zijn grote schrik nam hij helderziend nu iets anders waar dan bij een normaal sterven. Hij zag nu, dat het etherlichaam heel sterk opzwol en explodeerde in talloze stukjes. De kamer was vol mat glanzende en door elkaar wervelende snippers. Het duurde kort, minder dan een minuut, waarna alles zich oploste en verdween.

Vervolgens zag hij links naast de overleden vrouw een engelgestalte staan die hem ernstig aankeek. Zonder woorden werd het hem duidelijk, dat hij het werk van deze engel had doorkruist. De engel trad op hem af, strekte zijn hand uit en wees naar hem, waarna hij iets stevig op zijn botten schreef. Ten slotte verdween hij.

Nabeschouwing
We denken barmhartig en menslievend te zijn door iemand op diens verzoek uit zijn of haar ondragelijk lijden te verlossen, maar het tegendeel blijkt het geval te zijn. In ons etherlichaam ligt immers ons geheugen opgeslagen. Met de euthanasie-injecties vernietigen we dus het etherlichaam en daarmee het geheugen. In feite schieten we deze patiënt zonder herinneringen, zonder levenspanorama en eigenlijk ook zonder geestelijk licht de kosmos in. Wat zijn daarvan de gevolgen? Mensen die op deze wijze overgaan, worden uit hun karma gestoten en verdwalen in het dodenrijk. Normaliter krijg je bovendien in de eerste dagen na je dood, zo vertelt Rudolf Steiner (1), je zo juist afgesloten leven in een groot tableau, als in een panorama om je heen, te zien. Alle betrekkingen tot anderen komen dan in een zodanige samenhang naar voren, dat je gewaar wordt welke geestelijke winst je die hebben opgeleverd. Dat geeft je de innerlijke sterkte en kracht die je in heel je leven tussen dood en nieuwe geboorte gebruikt om daar je Ik-gedachte vast te kunnen houden. Maar als de herinneringen aan dat afgesloten leven vernietigd zijn, mis je toch ook die zo nodige kracht.

(1) De wereld van de gestorvenen (GA 157a), voordracht van Rudolf Steiner op 16-11-1915.

GEEFT TE OVERDENKEN MAAR VOORAL TE VOELEN. WAT ZEGT JE HART?